Veel bekeken is nog niet waar
Read this column in EnglishVroeger kwam het nieuws door de brievenbus. Daarna kwam het om acht uur op televisie. Tegenwoordig komt het tussen een dansende kat, een vakantieaanbieding en iemand die vanuit zijn auto uitlegt hoe de wereld werkelijk in elkaar zit.
Die laatste heeft geen redactie achter zich. Wel een zonnebril en opvallend veel zekerheid.
Voor deze column heb ik met hulp van AI oorspronkelijke onderzoeken naast elkaar gelegd. Waar halen Europese jongeren hun nieuws vandaan? En wie geloven ze eigenlijk? Het antwoord is interessanter dan het gebruikelijke gemopper dat de jeugd alleen nog maar naar TikTok kijkt.
In een onderzoek onder ruim 25.000 EU-jongeren van 16 tot en met 30 jaar noemt 42 procent sociale media als informatiebron voor politieke en maatschappelijke onderwerpen. Televisie volgt met 39 procent. In onder meer Portugal, Italië en Frankrijk staat televisie zelfs bovenaan. Dat zijn geen percentages die samen honderd moeten worden: jongeren kunnen verschillende bronnen gebruiken.[1]
Het journaal is dus niet overleden. Het heeft alleen concurrentie gekregen van de kat.
Daarbij moeten we het scherm niet verwarren met de afzender. Een filmpje van een nieuwsredactie op Instagram blijft journalistiek van die redactie. Een onbewezen verhaal wordt niet betrouwbaar doordat het op een nieuwssite lijkt.
In het Britse onderzoek van Ofcom uit 2026 bereikt BBC-nieuws ongeveer twee derde van de 16–24-jarigen, ook via sociale media.[2] Jongeren kunnen een omroep dus volgen zonder ooit netjes voor de televisie te gaan zitten.
Ook het Nederlandse onderzoek uit 2026 laat zien dat de overgrote meerderheid van de 18–34-jarigen naast sociale media andere nieuwsbronnen gebruikt, vooral nieuwssites en apps.[3] Dat is een ruimere leeftijdsgroep dan de jongeren onder dertig die mij hier interesseren, maar wel een nuttige aanwijzing.
En nee, een influencer is niet automatisch een kwakzalver. Een zelfstandige journalist of deskundige kan uitstekend werk leveren. Een grote redactie kan fouten maken. De vraag is welke bronnen iemand laat zien, hoe beweringen worden gecontroleerd en of fouten worden rechtgezet.
Een miljoen volgers is indrukwekkend. Maar het is nog steeds geen miljoen bewijsstukken.
Het Nederlandse rapport meldt bovendien een opvallende tegenstelling: slechts 12 procent van alle volwassen respondenten vertrouwt nieuws via sociale media. Dat cijfer is geen aparte jongerenmeting. De NOS blijft het meest vertrouwde onderzochte nieuwsmerk.[3] Veel gebruiken en veel vertrouwen zijn kennelijk verschillende dingen.
Zijn jongeren dan gemakkelijker te misleiden? Daarvoor bestaat geen eenvoudig Europees ja of nee. Amerikaanse experimenten vinden voordelen van hogere leeftijd bij het beoordelen van nieuwskoppen.[4] Maar dat bewijst niet dat alle Europese jongeren goedgeloviger zijn. En iets aanklikken, geloven en doorsturen zijn drie verschillende handelingen.
Ook complotdenken laat zich niet met een geboortedatum verklaren. Europees onderzoek naar coronacomplotten wijst op samenhang met onder meer opleiding en vertrouwen in wetenschappers.[5] Dat gaat specifiek over corona; het is geen universele test voor ieder vreemd verhaal op internet.
Snel kunnen swipen is geen bewijs van kritisch denken. Een abonnement op de krant trouwens ook niet.
Eurostat biedt een hoopgevend tegenwicht. In 2023 had 36 procent van de 16–29-jarige internetgebruikers in de EU online informatie met andere bronnen gecontroleerd, tegenover 27 procent in de totale onderzochte bevolking. Bij Nederlandse jongeren was dat 60 procent.[6] Jongeren controleren dus zeker niet per definitie minder. Het blijft gerapporteerd gedrag, geen examen waarin ieder antwoord is nagekeken.
Hebben ze nog belangstelling voor de wereld? Onderzoek van Reuters Institute laat een lagere uitgesproken nieuwsinteresse onder jonge volwassenen zien, maar lokaal en internationaal nieuws blijven belangrijke onderwerpen. Podcasts spelen eveneens een rol, al is niet iedere podcast een journalistiek programma.[7]
Een talkshow, column of gesprek met een expert kan stof tot nadenken geven. Hoeveel daarvan vervolgens iemands mening verandert, kunnen deze onderzoeken niet precies vertellen. Daar moeten wij dus geen indrukwekkend percentage bij verzinnen.
Misschien moeten we jongeren minder vaak verwijten dat ze verkeerd nieuws kijken en vaker zorgen dat goede journalistiek hen bereikt. Begrijpelijk, zichtbaar en met controleerbare bronnen. Niet met de houding van een schoolmeester die eerst vraagt waarom niemand meer naar hem luistert.
En voor ons allemaal geldt een eenvoudige gewoonte: kijk bij belangrijke beweringen naar de oorspronkelijke bron, zoek onafhankelijke bevestiging en wacht even voordat je iets deelt dat je onmiddellijk boos of bang maakt.
AI kan daarbij helpen zoeken en vergelijken. Maar een soepel geschreven AI-antwoord is zelf ook nog geen bewijs. Vraag naar de bron en open die. Een verzonnen feit wordt niet minder verzonnen doordat een computer het beleefd formuleert.
Ik maak mij minder zorgen over jongeren die hun nieuws op een ander scherm vinden dan over mensen, van iedere leeftijd, die nooit meer twijfelen aan hun eigen scherm.
De wereld heeft genoeg mensen die precies weten hoe het zit.
Een paar mensen die eerst even controleren, zouden een welkome aanvulling zijn.
Onderzoeksnotitie: de leeftijdsgroepen verschillen per onderzoek: EU-jongeren 16–30, Eurostat 16–29, BBC-bereik 16–24 en Nederlands nieuwsgebruik 18–34 jaar. De Nederlandse vertrouwenscijfers betreffen alle volwassenen. Het Reuters-rapport omvat ook landen buiten Europa. Dit is bronnenonderzoek, geen eigen enquête.
Read this column in English
Popular Does Not Mean True
News used to arrive through the letterbox. Then it arrived on television at eight o’clock. Nowadays it arrives between a dancing cat, a holiday offer and someone explaining from his car how the world really works.
That last fellow has no newsroom behind him. But he does have sunglasses and a remarkable amount of certainty.
For this column, I used AI to help compare original research. Where do young Europeans get their news? And whom do they believe? The answer is more interesting than the usual complaint that young people only watch TikTok.
In a survey of more than 25,000 EU residents aged 16 to 30, 42 per cent name social media as a source of information about political and social issues. Television follows at 39 per cent. It still leads in Portugal, Italy and France, among others. These percentages need not add up to a hundred: young people can use several sources.[1]
The television news has not died. It simply faces competition from the cat.
We must also distinguish the screen from the source. A newsroom’s video on Instagram is still that newsroom’s journalism. An unsupported story does not become reliable because it looks like a news website.
Ofcom’s British research from 2026 finds that BBC news reaches about two thirds of 16–24-year-olds, including through social media.[2] Young people can therefore follow a broadcaster without ever sitting down properly in front of the television.
Dutch research from 2026 likewise shows that the vast majority of 18–34-year-olds use other news sources alongside social media, especially news websites and apps.[3] This age range is broader than the under-thirties who interest me here, but it provides a useful indication.
And no, an influencer is not automatically a charlatan. An independent journalist or expert can do excellent work. A large newsroom can make mistakes. The questions are what sources someone provides, how claims are checked and whether errors are corrected.
A million followers is impressive. But it is still not a million pieces of evidence.
The Dutch report also identifies a striking contrast: just 12 per cent of all adult respondents trust news through social media. This is not a separate measurement of young people. NOS remains the most trusted news brand surveyed.[3] Using something frequently and trusting it are evidently different things.
Are young people easier to mislead? There is no simple European yes or no. American experiments find advantages associated with older age when assessing news headlines.[4] But that does not prove that all young Europeans are more gullible. Clicking, believing and sharing are also three different actions.
Conspiracy thinking cannot be explained by a date of birth either. European research into coronavirus conspiracy theories identifies associations with education and trust in scientists, among other factors.[5] It concerns coronavirus specifically; it is not a universal test for every strange story on the internet.
Being quick at swiping is no proof of critical thinking. Neither is a newspaper subscription, incidentally.
Eurostat provides an encouraging counterweight. In 2023, 36 per cent of EU internet users aged 16–29 had checked online information against other sources, compared with 27 per cent of the total population surveyed. Among young Dutch people, it was 60 per cent.[6] Young people certainly do not check less by definition. This remains reported behaviour, rather than an examination in which every answer has been marked.
Are they still interested in the world? Reuters Institute research finds lower declared news interest among young adults, but local and international news remain important topics. Podcasts also play a role, although not every podcast is a journalistic programme.[7]
A talk show, column or conversation with an expert can provide food for thought. These studies cannot tell us exactly how much that subsequently changes someone’s opinion. So we should not invent an impressive percentage for it.
Perhaps we should spend less time accusing young people of watching the wrong news and more time ensuring that good journalism reaches them. Understandable, visible and with sources that can be checked. Without the manner of a schoolteacher whose first question is why nobody listens to him any more.
And a simple habit applies to all of us: look for the original source of important claims, seek independent confirmation and pause before sharing something that immediately makes you angry or afraid.
AI can help with searching and comparing. But a fluently written AI answer is not evidence either. Ask for the source and open it. An invented fact becomes no less invented because a computer phrases it politely.
I worry less about young people finding news on a different screen than about people of any age who never question their own screen again.
The world has enough people who know exactly how things stand.
A few people who check first would be a welcome addition.
Research note: age groups differ between studies: EU youth 16–30, Eurostat 16–29, BBC reach 16–24 and Dutch news use 18–34. Dutch trust figures cover all adults. The Reuters report also includes countries outside Europe. This column is based on existing original research, not a new survey.
Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.
