Maandag 5 oktober 2026 · Column 14 · Door Ad Latjes

Pedro zoekt een huis. Maria zoekt een toekomst.

Read this column in English

Pedro en Maria zijn fictief. Het woonprobleem achter hun verhaal is dat allerminst.

“Ik wil met Maria trouwen,” zegt Pedro. “We werken allebei. We zoeken geen villa. Geen zwembad. Zelfs een balkon waarop twee stoelen passen, vinden we onderhandelbaar.”

Hij laat op zijn telefoon een appartement zien.

“De makelaar noemt het compact. Volgens mij betekent dat dat je de koelkast moet sluiten voordat je naar het toilet kunt.”

Toch hebben ze gereageerd.

Ook op het volgende appartement. En het volgende.

Sommige woningen zijn al weg voordat ze kunnen kijken. Andere zijn zo duur dat er na de huur weinig ruimte overblijft voor het leven dat ze er willen leiden.

“Wij hebben twee salarissen,” zegt Pedro. “Blijkbaar zoeken ze een stel met drie.”

Voorlopig woont hij bij zijn ouders. Maria bij de hare.

Zijn moeder vraagt hoe laat hij thuiskomt. Lief bedoeld. Maar Pedro wil onderhand met zijn vrouw overleggen wat ze eten, in plaats van aan zijn moeder doorgeven of ze een aardappel extra moet schillen.

“Ik hou van mijn ouders,” zegt hij. “Ik wil alleen ook de kans krijgen om ze te missen.”

Dat begrijp ik. Verschillende jongere familieleden van mij worstelen eveneens met het vinden van een betaalbare woning. Je ziet hoe een praktisch probleem langzaam een persoonlijk probleem wordt.

Ouders willen helpen. Kinderen willen zelfstandig worden. Niemand doet iets verkeerd, maar iedereen zit elkaar steeds vaker in de weg.

Een ouderlijk huis kan een veilige haven zijn. Wanneer vertrekken geen keuze meer is, kan die haven ook als een wachtkamer gaan voelen.

Maria praat minder over vierkante meters.

“Ik wil kinderen,” zegt ze. “Niet morgen meteen drie. Maar ik wil kunnen denken: hier zou een kinderbedje kunnen staan.”

Ze heeft al een naam in gedachten.

Die staat nergens op een wachtlijst.

Hun verhaal past bij wat Eurofound beschrijft: onbetaalbaar wonen kan jongeren dwingen tot een woonsituatie die ze niet willen, hun zelfstandigheid belemmeren, hun mentale gezondheid belasten en het krijgen van kinderen uitstellen. Niet iedereen die thuis woont, wordt ongelukkig. Maar jarenlang geen uitweg zien kan zwaar wegen.

Maria zegt het eenvoudiger:

“Eerst zeiden we: volgend jaar. Nu durf ik dat bijna niet meer te zeggen.”

Op zaterdag 3 oktober gingen tienduizenden mensen in Spanje de straat op tegen de woningcrisis. De verontwaardiging over de uitzetting van een 87-jarige vrouw in Madrid speelde daarbij een rol.

Jongeren die nergens kunnen beginnen. Ouderen die hun thuis dreigen te verliezen.

Aan beide kanten van het leven blijkt dezelfde deur moeilijk open te houden.

Hoe is dat mogelijk?

Een belangrijk deel van het antwoord is dat er op gewilde plekken te weinig woningen bijkomen. Bouwgrond moet beschikbaar en bouwrijp zijn. Vergunningen kosten tijd. Bouwen vraagt geld, materialen en vakmensen. Ondertussen groeit het aantal huishoudens dat een woning zoekt.

Een leeg huis ver van werk en voorzieningen lost het tekort in een drukke stad bovendien niet vanzelf op. Pedro kan moeilijk iedere ochtend vanuit een goedkoop dorp aan de andere kant van Spanje naar zijn werk wandelen.

Daar komt in populaire kustgebieden een andere concurrent bij: de koper die al een thuis heeft.

Ook Noord-Europeanen, onder wie gepensioneerden, kopen graag een tweede woning in de Spaanse zon. Dat begrijp ik best. Na een leven werken wil je misschien overwinteren zonder iedere ochtend met de Belgische regen te onderhandelen.

Maar die extra koopkracht kan de plaatselijke woningmarkt verder onder druk zetten. Ook toeristische verhuur kan woningen aan de gewone huurmarkt onttrekken.

Stel dat zo’n tweede huis een halfjaar ongebruikt blijft terwijl de eigenaar thuis is.

Dan heeft de woning zes maanden rust.

Pedro en Maria hebben twaalf maanden onrust.

Niet iedere buitenlandse koper is gepensioneerd. Niet iedere tweede woning staat halfjaarlijks leeg. En buitenlandse kopers zijn niet de enige oorzaak van de crisis. Ook binnenlandse eigenaren hebben vakantiehuizen; het tekort aan geschikt woningaanbod blijft essentieel.

Toch mogen we vragen hoe een buurt leefbaar blijft wanneer mensen die er werken steeds moeilijker kunnen wonen.

Wie verzorgt de overwinteraar als de verpleegkundige geen woning vindt?

Wie bedient het terras als de ober dagelijks uren moet reizen?

En wie geeft straks les aan kinderen die hun ouders voorlopig niet durven krijgen?

De OESO wijst erop dat hoge woonkosten gezinsvorming kunnen bemoeilijken. Dat betekent niet dat iedere lagere huur automatisch een extra baby oplevert. Kinderwensen hangen ook samen met relaties, werkzekerheid, opvang en persoonlijke keuzes.

Maar voortdurend moeten wachten kan betekenen dat gewenste kinderen later komen, of uiteindelijk niet komen.

Dat raakt ook een vergrijzend Europa, waar de bevolking op werkende leeftijd onder druk staat. Kinderen lossen het personeelstekort van morgen niet op; volwassen worden duurt gelukkig nog altijd even. Maar een samenleving die haar toekomst belangrijk vindt, moet jonge mensen wel ruimte geven om die toekomst op te bouwen.

Daarvoor zijn meer betaalbare woningen nodig, betrouwbare regels voor bouwen en verhuren, en plaatselijk een verstandige aanpak van toeristische verhuur en langdurige leegstand.

Pedro zoekt ondertussen verder.

Maria kijkt nog één keer naar het appartement op zijn telefoon.

“Misschien past er toch een kinderbedje,” zegt ze.

Pedro vergroot de foto.

Ik hoop dat ze binnenkort hun leven kunnen vergroten.

Want twee mensen die werken en samen een toekomst willen, zouden meer moeten kunnen vinden dan een knop met ‘bewaar zoekopdracht’.


Read this column in English
Monday 5 October 2026 · Column 14 · By Ad Latjes

Pedro Looks for a Home. Maria Looks for a Future.

Pedro and Maria are fictional. The housing problem behind their story is anything but.

“I want to marry Maria,” Pedro says. “We both work. We aren't looking for a villa. Or a swimming pool. Even a balcony with room for two chairs is negotiable.”

He shows an apartment on his phone.

“The estate agent calls it compact. I think that means you have to close the fridge before you can go to the toilet.”

They applied anyway.

And for the next apartment. And the next.

Some homes are gone before they can view them. Others cost so much that, after paying the rent, little remains for the life they want to live there.

“We have two salaries,” Pedro says. “Apparently they're looking for a couple with three.”

For now, he lives with his parents. Maria lives with hers.

His mother asks what time he will be home. She means well. But Pedro would now like to discuss dinner with his wife, rather than tell his mother whether to peel an extra potato.

“I love my parents,” he says. “I'd just like the chance to miss them too.”

I understand. Several younger members of my own family are also struggling to find an affordable home. You see how a practical problem slowly becomes a personal one.

Parents want to help. Their children want independence. Nobody is doing anything wrong, but everyone increasingly gets in everyone else's way.

The family home can be a safe harbour. When leaving is no longer an option, that harbour can start to feel like a waiting room.

Maria talks less about square metres.

“I want children,” she says. “Not three tomorrow. But I want to be able to think: a cot could go here.”

She already has a name in mind.

That name isn't on any waiting list.

Their story reflects Eurofound's findings: unaffordable housing can force young people into living arrangements they do not want, hinder independence, affect mental health and delay having children. Not everyone living with their parents is unhappy. But seeing no way out for years can take a heavy toll.

Maria puts it more simply:

“At first we said: next year. Now I hardly dare say that anymore.”

On Saturday 3 October, tens of thousands of people took to the streets in Spain over the housing crisis. Anger over the eviction of an 87-year-old woman in Madrid played a part.

Young people with nowhere to start. Older people at risk of losing their home.

At both ends of life, the same door proves difficult to keep open.

How can this happen?

A major part of the answer is that too few homes are being added in desirable locations. Land must be available and ready for construction. Permits take time. Building requires money, materials and skilled workers. Meanwhile, the number of households seeking a home grows.

An empty house far from jobs and services does not automatically solve a shortage in a busy city. Pedro can hardly walk to work every morning from a cheap village on the other side of Spain.

In popular coastal areas, another competitor enters the picture: the buyer who already has a home.

Northern Europeans, including retirees, also enjoy buying a second home in the Spanish sunshine. I understand the appeal. After a lifetime of work, you may want to spend winter somewhere without negotiating with the Belgian rain every morning.

But that additional purchasing power can put further pressure on the local housing market. Tourist accommodation can also remove homes from the ordinary rental market.

Suppose such a second home stands unused for half the year while its owner is back home.

Then the property gets six months of peace.

Pedro and Maria get twelve months of worry.

Not every foreign buyer is retired. Not every second home stands empty for six months. And foreign buyers are not the only cause of the crisis. Domestic owners have holiday homes too; the shortage of suitable housing remains crucial.

Still, we may ask how a neighbourhood remains liveable when people who work there find it increasingly difficult to live there.

Who looks after the winter visitor if the nurse cannot find a home?

Who serves on the terrace if the waiter has to travel for hours every day?

And who will teach the children whose parents do not yet dare to have them?

The OECD points out that high housing costs can make starting a family more difficult. That does not mean every rent reduction automatically produces another baby. The desire for children also depends on relationships, job security, childcare and personal choices.

But having to wait continually can mean that wanted children arrive later, or ultimately never arrive.

This also affects an ageing Europe, where the working-age population is under pressure. Children will not solve tomorrow's staff shortages; fortunately, growing up still takes time. But a society that values its future must give young people room to build that future.

That requires more affordable homes, reliable rules for building and renting, and sensible local measures to address tourist accommodation and long-term vacancy.

Meanwhile, Pedro keeps searching.

Maria looks once more at the apartment on his phone.

“Perhaps a cot would fit after all,” she says.

Pedro enlarges the photograph.

I hope they will soon be able to enlarge their lives.

Because two people who work and want a future together should be able to find more than a button saying ‘save search’.

Over de columnist

Ad Latjes

Levenslange reiziger, internetpionier, ondernemer en nieuwsgierige waarnemer. Ad kijkt met internationale ervaring, gezond verstand en humor naar het nieuws van vandaag.

Contact Ad Latjes

Blijf lezen
Regelmatig een nieuwe column

Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.