Geboren worden zonder akkoord te klikken
De ethiek van het ongevraagde bestaan
Read this column in EnglishVoor een website moet ik tegenwoordig toestemming geven voor cookies. Voor een nieuwe app moet ik akkoord gaan met voorwaarden die langer zijn dan mijn eerste huurcontract. En voor een nieuwsbrief moet ik soms twee keer bevestigen dat ik werkelijk een nieuwsbrief wil.
Maar voor de grootste gebeurtenis van mijn leven heeft niemand mij iets gevraagd.
Mijn geboorte.
Geen formulier. Geen bedenktijd. Geen overzicht van de kosten. Zelfs geen proefperiode.
Daar was ik dan. Welkom op aarde. De gebruiksaanwijzing ontbreekt, sommige onderdelen functioneren matig en voor klachten kunt u terecht bij mensen die het zelf ook niet precies weten.
Het is een grappige gedachte, totdat je er even bij stilstaat. Want achter die ontbrekende toestemming schuilt een ernstige vraag: welke verantwoordelijkheden hebben we tegenover iemand die nooit heeft gevraagd om hier te zijn?
Ik zou die vraag ‘De ethiek van het ongevraagde bestaan’ willen noemen.
Geen kant-en-klare filosofie die alle problemen oplost. Wel een vertrekpunt om eens anders te kijken naar opvoeding, vrijheid en de macht om over het leven van anderen te beslissen.
Om te beginnen: de ouders.
Wie een kind op de wereld zet, neemt een verantwoordelijkheid op zich die aanzienlijk verder gaat dan het kiezen van een leuke voornaam en het publiceren van de eerste babyfoto.
Een kind heeft recht op zorg, veiligheid, aandacht en begeleiding. Het moet leren dat andere mensen ook gevoelens hebben. Dat vrijheid niet betekent dat iedereen voor jou opzij moet. En dat een meningsverschil geen uitnodiging is om iemand te vernederen.
Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch besteden we soms meer aandacht aan het beveiligen van de telefoon van een kind dan aan de vraag wat het met die telefoon tegen anderen zegt.
We willen dat onze kinderen kunnen lezen, rekenen en later hun eigen geld verdienen. Maar kunnen luisteren, verantwoordelijkheid nemen en excuses aanbieden zijn ook nuttige vaardigheden. Daar zou best af en toe een rapportcijfer voor mogen bestaan.
Al vrees ik dat sommige volwassenen dan opnieuw naar school moeten.
Ouders kunnen natuurlijk geen keurige uitkomst garanderen. Een kind is geen apparaat dat na de juiste instellingen altijd correct functioneert. Karakter, vrienden, omstandigheden en eigen keuzes spelen allemaal mee. Een misdaad van een volwassen kind is dus niet automatisch het bewijs van een mislukte opvoeding.
Maar verantwoordelijkheid betekent wel dat je je best doet. En dat de samenleving ouders helpt wanneer liefde alleen niet voldoende is om alle problemen op te lossen.
Dan komt de moeilijkste vraag.
Als niemand om zijn bestaan heeft gevraagd, hoeveel zeggenschap heeft iemand dan over het voortzetten ervan?
Wie zegt niet meer te willen leven, verdient het om serieus genomen te worden. Ook wanneer die woorden ongemakkelijk zijn. Zeker wanneer iemand ze herhaaldelijk en weloverwogen probeert uit te leggen.
Het is te gemakkelijk om onmiddellijk te antwoorden: ‘Dat meen je niet.’
Misschien meent iemand het wel. Misschien probeert diegene al heel lang duidelijk te maken hoe zwaar het leven voelt.
Maar serieus luisteren betekent ook doorvragen. Wil iemand werkelijk dat het leven eindigt, of vooral dat het lijden stopt? Welke hulp ontbreekt? Voelt iemand zich vrij om te kiezen, of juist tot een keuze gedreven door eenzaamheid, afhankelijkheid of het gevoel anderen tot last te zijn?
Die vragen kun je niet beantwoorden met een opgewekt ‘kop op’. Maar evenmin met een achteloos ‘uw keuze’.
Een mens verdient meer aandacht dan beide reacties bieden.
Voor mij horen respect voor zelfbeschikking en zorg voor kwetsbare mensen bij elkaar. We moeten ruimte maken voor een eerlijk gesprek over een levenseinde, zonder iemand af te schrijven en zonder diens woorden bij voorbaat ongeldig te verklaren.
Daarbij is er een verschil tussen een acute crisis en een langdurig, zorgvuldig overwogen verlangen. Dat onderscheid vraagt tijd, deskundigheid en betrokkenheid. Een filosofische gedachte alleen kan die afweging niet maken.
Misschien begint beschaving hier met iets eenvoudigs dat in de praktijk ontzettend moeilijk blijkt: luisteren zonder meteen je eigen antwoord klaar te hebben.
En dan is er de samenleving.
Die moet mensen beschermen tegen geweld. Wie anderen ernstig bedreigt of hun leven verwoest, kan niet onbeperkt zijn gang gaan. Straf en opsluiting kunnen noodzakelijk zijn.
Maar volgt daaruit ook dat de staat iemand mag doden?
Voor mij is het antwoord nee.
De vrijheid van een mens om over zijn eigen leven na te denken, geeft de overheid geen vergelijkbare vrijheid om dat leven te beëindigen. Dat zijn verschillende morele vragen. Wie ze onder één theorie schuift, maakt het zichzelf te gemakkelijk.
Mijn bezwaar tegen de doodstraf is bovendien heel concreet: mensen maken fouten. Ook mensen met een toga, een politiebadge of een plaats in een jury.
Een Amerikaans onderzoek van Samuel Gross en collega’s, gepubliceerd in 2014, kwam tot een conservatieve schatting dat minstens 4,1 procent van de terdoodveroordeelden ten onrechte was veroordeeld. Dat was geen telling van daadwerkelijk vrijgesproken mensen. De onderzoekers berekenden hoeveel mensen naar verwachting van hun veroordeling zouden worden vrijgepleit als zij onder een doodvonnis bleven en hun zaken daardoor langdurig intensieve aandacht kregen. [1]
Die 4,1 procent betekent ongeveer één op de vierentwintig.
Voor de persoon die het betreft, is het overigens geen percentage. Het is zijn hele leven.
Een naam. Een gezicht. Familie. Jaren achter tralies voor iets wat diegene niet heeft gedaan.
En bij een executie verdwijnt ook de laatste mogelijkheid om die persoon zijn vrijheid terug te geven.
Een gevangenisstraf na een gerechtelijke dwaling is al een verschrikkelijk onrecht. Verloren jaren kun je niet terugstorten, alsof het om een verkeerde bankoverschrijving gaat. Maar je kunt iemand nog vrijlaten, rehabiliteren en proberen schade te vergoeden.
Na een executie kun je hooguit erkennen dat je het verkeerde graf hebt laten delven.
Dat vind ik een onaanvaardbare bevoegdheid voor een systeem dat door feilbare mensen wordt bestuurd.
Daarmee vergeten we de slachtoffers niet. Hun verdriet, veiligheid en recht op gerechtigheid verdienen alle aandacht. Juist daarom moet rechtspraak betrouwbaar en zorgvuldig zijn. Een onschuldige straffen levert ook geen gerechtigheid voor het oorspronkelijke slachtoffer op. De werkelijke dader kan ondertussen buiten blijven rondlopen.
De ethiek van het ongevraagde bestaan levert dus geen eenvoudig lijstje op van wie mag leven en wie mag sterven.
Ze stelt een ongemakkelijker vraag: als we mensen zonder hun toestemming in deze wereld laten beginnen, wat zijn we hun daarna verschuldigd?
Een behoorlijke opvoeding. Een eerlijke kans. Bescherming tegen geweld. Aandacht wanneer het bestaan ondraaglijk wordt. En een overheid die haar eigen fouten serieus genoeg neemt om geen onherstelbare straf uit te voeren.
We hoeven het niet over alles eens te worden om te erkennen dat ieder leven zorgvuldigheid verdient.
Voor vrijwel iedere digitale dienst hebben we inmiddels algemene voorwaarden.
Voor ons samenleven hebben we vooral elkaar.
Niemand heeft vooraf akkoord geklikt.
Misschien moeten we daarom wat beter voor elkaar zorgen zodra we er eenmaal zijn.
Read this column in English
Born Without Clicking Agree
The ethics of an unasked-for existence
These days, I have to give permission for cookies on a website. For a new app, I have to agree to terms longer than my first tenancy agreement. And for a newsletter, I sometimes have to confirm twice that I really do want a newsletter.
But nobody asked me anything about the biggest event of my life.
My birth.
No form. No cooling-off period. No breakdown of the costs. Not even a free trial.
And there I was. Welcome to Earth. The instruction manual is missing, some parts work rather poorly, and complaints can be directed to people who are not entirely sure how it all works either.
It is an amusing thought, until you stop to consider it. Because behind that missing consent lies a serious question: what responsibilities do we have towards someone who never asked to be here?
I would call that question ‘The ethics of an unasked-for existence’.
It is no ready-made philosophy that solves every problem. But it offers a starting point for looking differently at upbringing, freedom and the power to decide over other people’s lives.
Let us begin with parents.
Bringing a child into the world means accepting a responsibility that goes well beyond choosing a lovely first name and posting the first baby photograph.
A child deserves care, safety, attention and guidance. Children need to learn that other people have feelings too. That freedom does not mean everyone has to get out of your way. And that a disagreement is not an invitation to humiliate someone.
That sounds obvious. Yet sometimes we pay more attention to securing a child’s phone than to what the child says to other people through it.
We want our children to read, do arithmetic and eventually earn their own money. But listening, taking responsibility and apologising are useful skills too. Perhaps they deserve a mark on the school report occasionally.
Although I fear some adults would then have to go back to school.
Of course, parents cannot guarantee a satisfactory outcome. A child is not a device that always works correctly once you have selected the right settings. Personality, friends, circumstances and individual choices all play a part. A crime committed by an adult child is therefore not automatically proof of a failed upbringing.
But responsibility does mean doing your best. And it means society helping parents when love alone is not enough to solve every problem.
Then comes the most difficult question.
If nobody asked to exist, how much say should a person have in continuing that existence?
Someone who says they no longer want to live deserves to be taken seriously. Even when those words make us uncomfortable. Especially when they repeatedly try to explain them after careful thought.
It is too easy to reply immediately: ‘You don’t mean that.’
Perhaps they do. Perhaps they have been trying for a very long time to explain how difficult life feels.
But listening seriously also means asking further questions. Does someone truly want life to end, or chiefly want the suffering to stop? What help is missing? Do they feel free to choose, or pushed towards a choice by loneliness, dependence or the feeling that they are a burden to others?
Those questions cannot be answered with a cheerful ‘chin up’. Nor with a careless ‘your choice’.
A person deserves more attention than either response provides.
For me, respect for self-determination and care for vulnerable people belong together. We must make room for an honest conversation about the end of life, without giving up on someone or dismissing their words in advance.
There is also a difference between an acute crisis and a longstanding wish that has been carefully considered. Making that distinction takes time, expertise and involvement. A philosophical idea alone cannot make that judgement.
Perhaps civilisation begins here with something simple that turns out to be extraordinarily difficult in practice: listening without already having your own answer ready.
And then there is society.
Society must protect people against violence. Someone who seriously threatens others or destroys their lives cannot be allowed to carry on unchecked. Punishment and imprisonment may be necessary.
But does it follow that the state may kill someone?
For me, the answer is no.
A person’s freedom to reflect on their own life does not give the government an equivalent freedom to end it. These are different moral questions. Putting them under a single theory makes things too easy.
My objection to the death penalty is also very concrete: people make mistakes. Including people wearing judicial robes, carrying a police badge or sitting on a jury.
An American study by Samuel Gross and colleagues, published in 2014, produced a conservative estimate that at least 4.1 per cent of defendants sentenced to death had been wrongly convicted. This was not a count of people actually exonerated. The researchers estimated how many would be exonerated if they remained under a death sentence and their cases consequently continued to receive intensive attention over time. [1]
That 4.1 per cent means roughly one in twenty-four.
For the person concerned, of course, it is not a percentage. It is their entire life.
A name. A face. A family. Years behind bars for something they did not do.
And an execution removes the last possibility of restoring that person’s freedom.
Imprisonment following a miscarriage of justice is already a terrible wrong. You cannot return lost years as though reversing an incorrect bank transfer. But you can still release someone, clear their name and try to compensate them.
After an execution, all you can do is acknowledge that you had the wrong grave dug.
I consider that an unacceptable power for a system run by fallible human beings.
That does not mean forgetting the victims. Their grief, safety and right to justice deserve our full attention. That is precisely why justice must be reliable and careful. Punishing an innocent person does not deliver justice for the original victim either. Meanwhile, the real perpetrator may remain at large.
The ethics of an unasked-for existence therefore offers no simple list of who may live and who may die.
It asks a more uncomfortable question: if we bring people into this world without their consent, what do we owe them afterwards?
A decent upbringing. A fair chance. Protection against violence. Attention when existence becomes unbearable. And a government that takes its own mistakes seriously enough to avoid imposing an irreversible punishment.
We do not have to agree about everything to recognise that every life deserves careful consideration.
By now, we have terms and conditions for almost every digital service.
For living together, we mainly have one another.
Nobody clicked ‘Agree’ beforehand.
Perhaps that is why we should take a little better care of each other once we are here.
Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.
