De cloud staat gewoon op aarde
Read this column in EnglishWe hebben een prachtige naam bedacht voor een gebouw vol computers: de cloud.
Dat klinkt licht, ver weg en geruststellend. Je ziet bijna een zacht wit wolkje voor je, ergens boven de dagelijkse ellende. Daar zweven je vakantiefoto’s, verzekeringspapieren en belastingaangiften vredig rond.
Geen lekkend dak. Geen brand. Geen rivier die buiten haar oevers treedt.
Alleen: die wolk kan gewoon in het weiland achter je huis staan. Met een hek eromheen, een zware stroomaansluiting en een bordje dat je niet naar binnen mag.
Misschien hebben we het gebouw zelfs gezien zonder te beseffen dat daar onze digitale levens staan te zoemen.
De cloud heeft namelijk geen vleugels. Hij heeft funderingen.
Dat werd deze week opnieuw pijnlijk duidelijk. Reuters berichtte op 9 oktober dat een datacenter van het Russische technologiebedrijf Yandex door Oekraïense drones was getroffen en gedeeltelijk buiten gebruik was geraakt. Een dag eerder was ook een ander datacenter geraakt. Verschillende online diensten ondervonden problemen.
Een oorlog is een extreme situatie. Maar je hebt geen oorlog nodig om te ontdekken dat computers in gebouwen staan.
Brand, overstromingen, aardbevingen, sabotage en stroomstoringen houden geen rekening met onze vriendelijke marketingnamen. Een server wordt niet waterbestendig doordat we hem een wolk noemen.
Nu zou het oneerlijk zijn om te doen alsof een professioneel datacenter zomaar een schuurtje met een verlengsnoer is. Zulke gebouwen kunnen uitgebreide beveiliging, branddetectie, noodstroom en andere voorzieningen hebben. Gegevens kunnen bovendien op meerdere locaties worden bewaard.
Dat maakt verschil. Een getroffen gebouw hoeft niet te betekenen dat alle gegevens verloren zijn.
Maar daar zit precies de vraag: hoe is het geregeld?
Staat er elders een bruikbare kopie? Kan die worden teruggezet? En kun je daar ook bij wanneer de oorspronkelijke dienst niet werkt?
“Het staat in de cloud” is geen antwoord op die vragen.
Dat is ongeveer hetzelfde als vragen waar je spaargeld is en als antwoord krijgen: “In de financiële wereld.”
Fijn. Maar in welk laatje?
Ook moeten we onderscheid maken tussen gegevens kwijtraken en er tijdelijk niet bij kunnen. Je documenten kunnen keurig bewaard zijn terwijl jij voor een gesloten digitale deur staat.
Probeer dan maar eens uit te leggen dat je een belangrijk contract wel hebt, alleen dat het vandaag even onbereikbaar is.
De cloud blijkt bovendien een behoorlijk stevige eetlust te hebben.
Geen boterhammen, maar elektriciteit.
Volgens het Internationaal Energieagentschap verbruikten datacenters wereldwijd in 2025 ongeveer 485 terawattuur stroom. Rond 2030 verwacht het agentschap ongeveer 950 terawattuur per jaar: bijna een verdubbeling.
Hoeveel dat is? Ongeveer evenveel als het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk samen. Volgens Eurostat kwamen die drie landen in 2024 samen op ongeveer 949,5 terawattuur aan eindverbruik van elektriciteit. Een gebied met circa 162 miljoen inwoners, met zijn woningen, fabrieken, kantoren en elektrische treinen. Zoveel stroom voor gebouwen vol computers.
Dat gaat om alle datacenters, dus ook om rekenwerk voor AI en andere diensten, niet alleen om onze opgeslagen foto’s.
Een wolkje op het scherm. Drie landen aan stroom achter de schermen.
Dat stroomverbruik kan lokaal flinke gevolgen hebben. Waar veel grote gebruikers samenkomen, kunnen kabels en transformatoren hun grenzen bereiken.
TenneT wees in een bericht uit juni 2025 bijvoorbeeld op het hoge elektriciteitsverbruik van datacenters rond Vijfhuizen. De netbeheerder waarschuwde voor dreigende overbelasting en beschreef wachtlijsten voor nieuwe of zwaardere aansluitingen in Noord-Holland.
Dat betekent niet dat ieder nieuw datacenter automatisch de lampen bij de buren uitdoet. Datacenters zijn ook niet de enige oorzaak van een vol stroomnet.
Maar hun grote vraag kan de schaarste aan netcapaciteit wel vergroten. Bedrijven kunnen daardoor moeilijker uitbreiden en ook woningbouw en elektrificatie kunnen hinder ondervinden.
Er kan voldoende elektriciteit worden opgewekt, terwijl het plaatselijke net die niet allemaal tegelijk kan vervoeren.
Een supermarkt kan zijn schappen vol hebben. Als de toegangsweg vaststaat, krijg je de boodschappen nog steeds niet thuis.
En zo krijgt onze luchtige cloud ineens iets heel aards: hij concurreert om ruimte op kabels.
Voor mij is dat geen reden om cloudopslag af te schaffen. Ik vind het een nuttige extra plaats om gegevens te bewaren.
Maar mijn belangrijkste documenten heb ik graag ook echt op mijn eigen laptop staan. Niet alleen als een icoontje waarvoor eerst een internetverbinding nodig is.
Dat geeft mij meer grip. Ik kan ze openen zonder toestemming van een verre server. En als ik in geval van nood moet vertrekken, kan mijn laptop mee.
Met het datacenter in het weiland achter mijn huis wordt dat lastiger.
“Pak jij de paspoorten? Dan neem ik even die hal met veertigduizend computers mee.”
Natuurlijk is mijn laptop evenmin onkwetsbaar. Hij kan worden gestolen, kapotgaan of door schadelijke software worden getroffen. Mijn voorkeur voor lokale opslag maakt hem niet automatisch veiliger dan een professioneel beheerde dienst.
Daarom is de verstandigste oplossing ook geen wedstrijd tussen laptop en cloud. Het gaat om meerdere bruikbare kopieën, met voldoende afstand ertussen. Een losse reservekopie en een kopie buiten huis kunnen voorkomen dat één ongeluk alles wegneemt. Controleer ook af en toe of je die kopieën werkelijk kunt openen.
Voor mij blijft de laptop de belangrijkste bewaarplaats en de cloud een aanvulling.
Anderen kunnen een andere keuze maken. Zolang die keuze maar op meer berust dan een geruststellend woord.
Want onze documenten zweven nergens.
Ze staan op apparatuur. Die apparatuur staat ergens. En dat ergens verdient minstens zoveel aandacht als het wachtwoord.
Mijn belangrijkste papieren mogen best een kopie in de cloud hebben.
Maar als ik moet vertrekken, neem ik liever mijn laptop mee.
Een wolk past tenslotte verrassend slecht in een handbagagekoffer.
Read this column in English
The Cloud Is Right Here on Earth
We have invented a lovely name for a building full of computers: the cloud.
It sounds light, distant and reassuring. You almost picture a soft white cloud somewhere above the troubles of everyday life. Your holiday photos, insurance documents and tax returns float peacefully inside it.
No leaking roof. No fire. No river bursting its banks.
Except that this cloud might be standing in the field behind your house. With a fence around it, a hefty electricity connection and a sign telling you to keep out.
Perhaps we have even seen the building without realising that our digital lives are humming away inside.
Because the cloud has no wings. It has foundations.
That became painfully clear again this week. On 9 October, Reuters reported that Ukrainian drones had struck a data centre belonging to Russian technology company Yandex, partly putting it out of action. Another data centre had been hit the previous day. Several online services experienced problems.
War is an extreme situation. But you do not need a war to discover that computers stand inside buildings.
Fires, floods, earthquakes, sabotage and power failures pay no attention to our friendly marketing names. Calling a server a cloud does not make it waterproof.
Now, it would be unfair to pretend that a professional data centre is simply a shed with an extension lead. These buildings can have extensive security, fire detection, backup power and other safeguards. Data can also be stored at several locations.
That makes a difference. Damage to one building need not mean that all the data has been lost.
But that is precisely the question: how is it arranged?
Is there a usable copy elsewhere? Can it be restored? And can you access it when the original service is not working?
“It is in the cloud” answers none of those questions.
That is rather like asking where your savings are and being told: “In the financial world.”
Lovely. But in which drawer?
We must also distinguish between losing data and temporarily being unable to access it. Your documents may be perfectly intact while you stand outside a locked digital door.
Try explaining that you do have an important contract, but it happens to be unavailable today.
The cloud also turns out to have quite an appetite.
Not for sandwiches, but for electricity.
According to the International Energy Agency, data centres worldwide consumed approximately 485 terawatt-hours of electricity in 2025. Around 2030, the agency expects roughly 950 terawatt-hours a year: almost twice as much.
How much is that? Roughly as much as the annual electricity consumption of Germany, France and Austria combined. According to Eurostat, these three countries together accounted for approximately 949.5 terawatt-hours of final electricity consumption in 2024. An area with around 162 million inhabitants, with its homes, factories, offices and electric trains. That much electricity for buildings full of computers.
This covers all data centres, including computing for AI and other services, not just our stored photographs.
A little cloud on the screen. Three countries’ worth of electricity behind the scenes.
That electricity demand can have substantial local consequences. Where many large users cluster together, cables and transformers can reach their limits.
In a June 2025 announcement, for example, TenneT highlighted the high electricity consumption of data centres around Vijfhuizen in the Netherlands. The grid operator warned of potential overloading and described waiting lists for new or higher-capacity connections in North Holland.
That does not mean that every new data centre automatically switches off the neighbours’ lights. Nor are data centres the only cause of an overloaded grid.
But their substantial demand can make scarce grid capacity even scarcer. Businesses may find it harder to expand, while housing development and electrification can also encounter obstacles.
Enough electricity may be generated, yet the local grid may be unable to carry it all at once.
A supermarket can have full shelves. If the access road is jammed, you still cannot get the groceries home.
And suddenly our airy cloud has something very earthly about it: it competes for space on cables.
For me, that is no reason to abandon cloud storage. I consider it a useful additional place to keep data.
But I also like to have my most important documents genuinely stored on my own laptop. Not merely as an icon that first requires an internet connection.
That gives me more control. I can open them without permission from a distant server. And if I have to leave in an emergency, my laptop can come with me.
That is rather more difficult with the data centre in the field behind my house.
“Could you grab the passports? I will just bring that hall with forty thousand computers.”
Of course, my laptop is not invulnerable either. It can be stolen, break down or be affected by malicious software. My preference for local storage does not automatically make it safer than a professionally managed service.
So the wisest solution is not a competition between laptop and cloud. It is about having several usable copies, sufficiently separated. A separate backup and a copy away from home can prevent a single accident from taking everything. Occasionally check that you can actually open those copies, too.
For me, the laptop remains the main storage location, with the cloud as an addition.
Others may make a different choice. As long as that choice rests on more than a reassuring word.
Because our documents are not floating anywhere.
They are stored on equipment. That equipment stands somewhere. And that somewhere deserves at least as much attention as the password.
My most important papers are welcome to have a copy in the cloud.
But if I have to leave, I would rather take my laptop.
After all, a cloud is surprisingly difficult to fit into a carry-on suitcase.
Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.
