De wereld vergaat. Tenzij we even opletten.
Read this column in EnglishIk lees dat de mensheid mogelijk voor het jaar 2100 verdwijnt.
Dat zou bijzonder jammer zijn. We hebben net eindelijk één oplader voor een groot deel van onze apparaten geregeld.
Bovendien zou ik het vervelend vinden als onze laatste boodschap aan het heelal luidt:
“We hadden de waarschuwingen ontvangen, maar niemand wist wie er verantwoordelijk was.”
Die gedachte kwam bij mij op na het nieuws over een nieuwe commissie van het medische tijdschrift The Lancet. Die brengt zeventien samenhangende bedreigingen voor onze gezondheid en toekomst in kaart en onderzoekt wat we eraan kunnen doen.
Daar zitten gevaren tussen waarvoor je geen vrolijk achtergrondmuziekje kunt bedenken.
Denk aan een kernoorlog en kwaadwillig gebruik van AI. Maar ook aan klimaatverandering, luchtvervuiling en nieuwe pandemieën.
En aan antibiotica die steeds minder goed werken doordat bacteriën resistent worden. Een medicijnkast vol doosjes helpt weinig wanneer de bacterie zich nergens meer iets van aantrekt.
Daarnaast noemt de commissie ondervoeding bij kinderen, obesitas, hoge bloeddruk, psychische problemen en het terugschroeven van internationale gezondheidshulp.
Die bedreigingen kunnen elkaar versterken. Een mislukte oogst kan voedsel duurder maken. Een arm gezin kan daardoor minder goed eten. En als vervolgens ook de gezondheidszorg tekortschiet, stapelen de problemen zich op.
Dat klinkt zwaar. Maar het betekent ook dat een goede maatregel op meerdere plekken verschil kan maken. Betere voeding, onderwijs en toegankelijke zorg kunnen mensen tegelijk gezonder maken en meer kansen geven.
Maar voordat we allemaal onder de keukentafel gaan zitten: een waarschuwing is geen afspraak met het noodlot.
Als een garage zegt dat je remmen versleten zijn, voorspelt de monteur niet dat je volgende dinsdag tegen een boom rijdt.
Hij geeft je de kans om dat te voorkomen.
Je kunt natuurlijk antwoorden dat je geen behoefte hebt aan negativiteit en liever een positieve monteur zoekt.
Maar ik zou toch die remmen laten vervangen.
Zo moeten we ook naar dit soort onderzoeken kijken. Niet als een overlijdensbericht dat alvast is klaargelegd, maar als informatie waarmee we verstandiger kunnen handelen.
De commissie onderzocht mogelijke toekomstscenario’s en koos bedreigingen waarvoor ook ruimte bestaat om met beleid verschil te maken. Het gaat dus nadrukkelijk óók over oplossingen.
Dat vind ik het interessantste gedeelte.
We weten dat mensen tot verschrikkelijke dingen in staat zijn. Maar mensen kunnen ook problemen herkennen, samenwerken en iets repareren voordat het helemaal kapotgaat.
Soms hebben we daar helaas eerst drie vergaderingen, een werkgroep en een nieuwe naam voor nodig.
De mensheid is buitengewoon inventief. We kunnen een apparaat bouwen dat ingewikkelde vragen beantwoordt, teksten vertaalt en helpt om kennis toegankelijk te maken.
Nu moeten we nog zorgen dat mensen met gevaarlijke bedoelingen diezelfde mogelijkheden niet gebruiken om anderen kwaad te doen.
Ik ben niet bang voor AI omdat het AI is. Ik wil wel weten wie ermee werkt, waarvoor het wordt gebruikt en welke beveiliging eromheen zit.
Een krachtige technologie verdient zorgvuldig toezicht.
Daar wordt die technologie niet minder nuttig van. Een auto met remmen heeft ook nog steeds een gaspedaal.
Bij kernwapens is de verantwoordelijkheid nog zwaarder. Daar gaat het niet om een verkeerd antwoord op een scherm, maar om vernietigingskracht waarvan we de gevolgen ernstig moeten nemen.
Afspraken om escalatie te voorkomen, betrouwbare communicatie en controle op wapens klinken misschien minder indrukwekkend dan een nieuwe raket.
Maar ik heb liever een saaie overeenkomst die standhoudt dan een spectaculaire explosie.
Het prettige van voorkomen is dat er daarna meestal weinig te filmen valt.
“Goedenavond. Vandaag liep een gevaarlijk conflict niet uit de hand. Meer hierover na het weerbericht.”
En toch zou dat uitstekend nieuws zijn.
Intussen mogen de grootste rampscenario’s ons niet blind maken voor het leed dat nu al bestaat.
Een kind dat onvoldoende te eten krijgt, hoeft niet te wachten op het jaar 2100 om een slechte toekomst tegemoet te gaan.
Voor een gezin zonder toegang tot goede zorg is gezondheid geen onderwerp voor een verre wereldtop. Het gaat over de vraag of moeder morgen geholpen kan worden.
Naast uitzonderlijke wereldrampen kijkt de commissie daarom ook naar problemen zoals ondervoeding, beperkte onderwijskansen en bedreigingen voor internationale gezondheidshulp.
Daar ligt een enorme kans.
We kunnen de toekomst veiliger maken én het leven van miljoenen mensen verbeteren.
Een kind dat goed gevoed wordt en naar school kan, krijgt meer ruimte om zich te ontwikkelen. Toegankelijke zorg kan voorkomen dat een behandelbare ziekte een gezin ontwricht.
Dat zijn geen kleine doelen naast het redden van de wereld.
Voor de mensen om wie het gaat, ís dat hun wereld.
En laten we arme mensen vooral niet uitsluitend bekijken als mensen die hulp nodig hebben. Het zijn ook toekomstige verpleegkundigen, leraren, ondernemers en uitvinders.
Talent vraagt niet eerst naar het inkomen van je ouders voordat het bij je aanklopt.
De mogelijkheid om er iets mee te doen is alleen veel ongelijker verdeeld.
Misschien loopt ergens een meisje rond met de aanleg om later een belangrijk medisch probleem op te lossen.
Dan zou het toch buitengewoon onverstandig zijn om haar nu geen behoorlijke maaltijd en onderwijs te gunnen.
Je hoeft niet iedere investering in mensen te rechtvaardigen met de hoop op een toekomstige uitvinding. Een beter leven heeft op zichzelf waarde.
Maar wie kansen verspilt, verspilt ook mogelijkheden voor ons allemaal.
Natuurlijk zijn de oplossingen niet gratis. Ze vragen geld, kennis, samenwerking en politieke keuzes.
Het zou oneerlijk zijn om te doen alsof de wereld met een vriendelijk gesprek en een extra schaal fruit vanzelf op orde komt.
Er zullen belangen botsen. Er zullen fouten worden gemaakt. En sommige risico’s blijven bestaan, hoe zorgvuldig we ook handelen.
Maar dat is geen argument om niets te doen.
We sluiten toch ook niet de brandweer omdat zij niet iedere brand kan voorkomen?
Wat mij betreft moeten we daarom anders over hoop praten.
Hoop is niet zeggen dat alles vanzelf goed komt.
Hoop is ontdekken waar je iets kunt verbeteren en daar vervolgens werk van maken.
Voor regeringen betekent dat vooruitdenken, ook wanneer de opbrengst pas na de volgende verkiezingen zichtbaar wordt.
Voor bedrijven betekent het dat veiligheid meetelt voordat een product wordt verkocht.
En voor onszelf betekent het onder meer dat we betrouwbare informatie zoeken en politici niet alleen beoordelen op hun talent om ruzie te maken.
Ik zou graag eens een verkiezingsdebat zien waarin een kandidaat zegt:
“Dit probleem hebben wij samen met onze tegenstanders opgelost.”
Dat zou even wennen zijn. Misschien moet de presentator dan controleren of de microfoon nog werkt.
Maar ik zou blijven kijken.
Misschien moeten we de aarde behandelen zoals een huis waarin ook onze kleinkinderen nog moeten wonen.
Repareer het dak. Controleer de bedrading. En geef de buurman met woedeaanvallen niet de sleutel van de wapenkast.
Zorg ondertussen dat iedereen in dat huis behoorlijk kan eten, leren en leven.
De toekomst heeft geen behoefte aan onze garantie dat alles goed komt.
Wel aan onze inzet om daarvoor te zorgen.
Dan kunnen onze kleinkinderen later zeggen:
“Ze zagen de problemen aankomen. En gelukkig deden ze er iets aan.”
Dat lijkt mij een veel mooier bericht voor het heelal.
En we hebben nog tijd om het te schrijven.
Read this column in English
The World Is Ending. Unless We Pay Attention.
I read that humanity could disappear before the year 2100.
That would be a terrible shame. We have only just managed to agree on one charger for a large proportion of our devices.
Besides, I would hate our final message to the universe to be:
“We received the warnings, but nobody knew who was responsible.”
That thought occurred to me after news about a new commission of the medical journal The Lancet. It maps seventeen interconnected threats to our health and future, and examines what we can do about them.
Some of those dangers are difficult to accompany with cheerful background music.
Think of nuclear war and the malicious use of AI. But also climate change, air pollution and new pandemics.
And antibiotics becoming less effective as bacteria develop resistance. A medicine cabinet full of boxes is of little help when the bacterium no longer takes any notice.
The commission also identifies childhood malnutrition, obesity, high blood pressure, mental health problems and reductions in international health aid.
These threats can reinforce one another. A failed harvest can make food more expensive. A poor family may then find it harder to eat well. And if healthcare falls short too, the problems pile up.
That sounds grim. But it also means that a good intervention can make a difference in several places. Better nutrition, education and accessible healthcare can make people healthier while giving them more opportunities.
But before we all crawl under the kitchen table: a warning is not an appointment with destiny.
When a garage tells you your brakes are worn, the mechanic is not predicting that you will crash into a tree next Tuesday.
He is giving you the chance to prevent it.
Of course, you could reply that you have no need for negativity and would prefer a more positive mechanic.
But I would still have the brakes replaced.
That is how we should look at studies like this. Not as an obituary prepared in advance, but as information that helps us act more wisely.
The commission examined possible future scenarios and selected threats where policy can also make a difference. So solutions are very much part of the picture.
That is the part I find most interesting.
We know that people are capable of terrible things. But people can also recognise problems, cooperate and repair something before it breaks completely.
Unfortunately, we sometimes need three meetings, a working group and a new name first.
Humanity is extraordinarily inventive. We can build a device that answers complicated questions, translates texts and helps make knowledge accessible.
Now we must also ensure that people with dangerous intentions do not use those same capabilities to harm others.
I am not afraid of AI simply because it is AI. But I do want to know who is using it, what for, and what safeguards are in place.
A powerful technology deserves careful oversight.
That does not make the technology less useful. A car with brakes still has an accelerator.
With nuclear weapons, the responsibility is even greater. We are not talking about a wrong answer on a screen, but destructive power whose consequences we must take seriously.
Agreements to prevent escalation, reliable communication and arms control may sound less impressive than a new missile.
But I would rather have a dull agreement that holds than a spectacular explosion.
The nice thing about prevention is that afterwards there is usually very little to film.
“Good evening. Today, a dangerous conflict did not get out of hand. More on that after the weather.”
And yet that would be excellent news.
Meanwhile, the biggest disaster scenarios must not blind us to suffering that already exists.
A child who does not get enough food need not wait until 2100 to face a bleak future.
For a family without access to good healthcare, health is not a topic for some distant world summit. It is about whether Mum can get help tomorrow.
Alongside exceptional global disasters, the commission therefore also examines problems such as malnutrition, limited educational opportunities and threats to international health aid.
There lies an enormous opportunity.
We can make the future safer and improve the lives of millions of people.
A well-nourished child who can attend school has more room to develop. Accessible healthcare can prevent a treatable illness from devastating a family.
These are not small goals beside saving the world.
For the people concerned, that is their world.
And let us not see poor people solely as people who need help. They are also future nurses, teachers, entrepreneurs and inventors.
Talent does not first ask about your parents’ income before knocking on your door.
The opportunity to do something with it is simply distributed far less equally.
Perhaps somewhere there is a girl with the ability to solve an important medical problem one day.
Would it not be extraordinarily foolish to deny her a decent meal and an education now?
You do not have to justify every investment in people with the hope of a future invention. A better life has value in itself.
But wasting opportunities also wastes possibilities for all of us.
Of course, the solutions are not free. They require money, knowledge, cooperation and political choices.
It would be dishonest to pretend that a friendly conversation and an extra bowl of fruit will automatically put the world right.
Interests will clash. Mistakes will be made. And some risks will remain, however carefully we act.
But that is no argument for doing nothing.
We do not shut down the fire brigade because it cannot prevent every fire, do we?
That is why I think we should talk about hope differently.
Hope is not saying that everything will turn out fine by itself.
Hope is discovering where you can improve something, then getting to work.
For governments, that means thinking ahead, even when the benefits will only become visible after the next election.
For businesses, it means considering safety before a product is sold.
And for ourselves, it means, among other things, seeking reliable information and judging politicians on more than their talent for arguing.
I would love to see an election debate in which a candidate says:
“We solved this problem together with our opponents.”
That would take some getting used to. Perhaps the presenter would have to check whether the microphone was still working.
But I would keep watching.
Perhaps we should treat the Earth like a house our grandchildren will also need to live in.
Repair the roof. Check the wiring. And do not give the neighbour with anger issues the key to the weapons cupboard.
Meanwhile, make sure everyone in that house can eat properly, learn and live well.
The future does not need our guarantee that everything will be fine.
It needs our efforts to make it so.
Then our grandchildren might one day say:
“They saw the problems coming. And fortunately, they did something about them.”
That strikes me as a much nicer message to the universe.
And we still have time to write it.
Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.
