16 October 2024 · Guest column by Harry Bodaan

First-hand Accounts of Corruption in Paradise

This is the guest author’s personal account. The allegations and figures have not been independently verified for this column.

One thing that has stood out to me since I moved to Costa Rica in the mid-nineteen-nineties is that almost everything and everybody seemed to have a price. Crime statistics and conviction rates covering the last twenty-five years, mentioned at a press conference hosted by President Chaves and Lic. Juan Diego Castro, a former Minister of Security, struck me as stunning.

I understood the conviction rates in most cases to be between four and ten percent. I had complained about this for as long as I can remember, especially since becoming involved in helping law enforcement in Costa Rica in various capacities over more than two decades. I feel this criticism may eventually have been the reason I was falsely accused of being associated with a gruesome murder at my hotel in Manuel Antonio.

My criticism of the Public Ministry came mainly from working closely with various chiefs of the Fuerza Pública and the Costa Rican Coast Guard. They did their jobs under very difficult circumstances, only to see many people they arrested released a few hours later.

One such case occurred while I was on a business trip to Fort Lauderdale. One of my employees, Erick Lopez, was housesitting for an American resident in Manuel Antonio when he was shot and killed. According to the regional director of the OIJ at the time, Lic. Jose Solano, the Public Ministry knew the four suspects, but they were never convicted.

One of the prosecutors at the time is also involved in my current case, which I believe was fabricated. She was aware of my continuing inquiries, and now, years later, I cannot help wondering whether there is a connection.

When the outstretched hand became normal

From the beginning of my move to Costa Rica, when we were building El Parador, it seemed that people throughout the area had an illegal hand out: some building inspectors, city council members, lawyers, traffic officers, tax officials, builders, architects and others. There were also personal connections and relationships to navigate. After a while it became a “normal” part of doing business.

It got so bad that I decided to run for office and deliberately became involved in organisations that could help make a difference. One thing led to another. When El Parador opened, I drew on old contacts from the United States and new contacts in Moscow and Costa Rica to organise the Don Johnson International Fishing Tournament. It attracted seventeen Hollywood celebrities in nineteen ninety-five and was intended as a fundraiser for a local charity. The event was described in La Nación in an article titled “El Padre de la Creatura”.

Despite losing money, the event helped put me on the map in Costa Rica’s tourism sector and among the country’s movers and shakers. I decided to move to the next level: I became a member of the chamber, then vice president and finally president, a position I held for six terms. My platform was security and tourism promotion.

From there, my reputation as someone concerned with crime, safety and social well-being grew and brought me into contact with people in San José. Through our security and law-enforcement task force committees and Sister Cities International, we began addressing corruption, security and crime prevention.

Someone people could trust

Later, people came to me with sensitive information about crime and corruption that they did not feel they could entrust to local officials they suspected might be corrupt. My work gave me access to security ministers, vice ministers, Coast Guard directors, police and Coast Guard academy directors, and contacts at embassies and the national assembly.

Over the years, this mistrust of Costa Rican officials increased. In Quepos, I became someone people turned to because they trusted me and my connections to the United States Embassy, especially after I became a member of its warden programme.

In that capacity I became aware of more cases of crime and suspected corruption. Our security committees, the private sector and Municipal Police Chief Carlos Vargas addressed cases in the canton of Quepos. This earned respect from many people, but also, I believe, the anger and hatred of local criminals.

I think that might be one reason for my current predicament. In my view, the attempt to connect me to the murder at my hotel is an unfounded witch hunt, and the investigation has violated fundamental rules of proper investigation and decency.

Progress, and work still to do

Fortunately for the citizens of Quepos, I believe much has changed and improved under the administrations of Oscar Monge, Isabel Leon and the then mayor, Patricia Bolaños, alongside Vice Mayor Erick Cordero and some former and current council members and council presidents.

But with the elimination of the Coast Guard Academy, which provided much-needed backup to the Fuerza Pública, I fear they are once again fighting windmills.

Lees deze column in het Nederlands / Dutch original ↓
16 oktober 2024 · Gastcolumn door Harry Bodaan

Eigen ervaringen met corruptie in het paradijs

Dit is het persoonlijke verhaal van de gastschrijver. De beschuldigingen en cijfers zijn voor deze column niet onafhankelijk geverifieerd.

Sinds ik halverwege de jaren negentig naar Costa Rica verhuisde, viel mij één ding steeds op: bijna alles en iedereen leek een prijs te hebben. Misdaadcijfers en veroordelingspercentages over de afgelopen vijfentwintig jaar, genoemd tijdens een persconferentie van president Chaves en Lic. Juan Diego Castro, voormalig minister van Veiligheid, vond ik verbijsterend.

Ik begreep dat het veroordelingspercentage in de meeste gevallen tussen de vier en tien procent lag. Ik klaagde hierover al zolang ik me kan herinneren, vooral sinds ik de Costa Ricaanse rechtshandhaving gedurende meer dan twee decennia in verschillende functies ben gaan ondersteunen. Ik heb het gevoel dat deze kritiek er uiteindelijk toe kan hebben geleid dat ik er ten onrechte van werd beschuldigd betrokken te zijn bij een afschuwelijke moord in mijn hotel in Manuel Antonio.

Mijn kritiek op het openbaar ministerie ontstond vooral doordat ik nauw samenwerkte met verschillende leidinggevenden van de Fuerza Pública en de Costa Ricaanse kustwacht. Zij deden hun werk onder zeer moeilijke omstandigheden, om vervolgens te zien dat veel mensen die zij hadden aangehouden enkele uren later alweer werden vrijgelaten.

Een van die gevallen deed zich voor tijdens een zakenreis naar Fort Lauderdale. Een van mijn medewerkers, Erick Lopez, paste op het huis van een Amerikaanse inwoner van Manuel Antonio toen hij werd doodgeschoten. Volgens de toenmalige regionale directeur van de OIJ, Lic. Jose Solano, kende het openbaar ministerie de vier verdachten, maar zij zijn nooit veroordeeld.

Een van de officieren van justitie van toen is ook betrokken bij mijn huidige zaak, die volgens mij is gefabriceerd. Zij was op de hoogte van mijn aanhoudende vragen en nu, jaren later, kan ik niet anders dan me afvragen of er een verband is.

Toen de uitgestoken hand normaal werd

Vanaf het begin van mijn verblijf in Costa Rica, toen wij El Parador bouwden, leek het alsof mensen in de hele omgeving op illegale wijze hun hand ophielden: sommige bouwinspecteurs, gemeenteraadsleden, advocaten, verkeersagenten, belastingmedewerkers, bouwers, architecten en anderen. Ook waren er persoonlijke contacten en relaties waarmee rekening gehouden moest worden. Na een tijdje werd het een “normaal” onderdeel van zakendoen.

Het werd zo erg dat ik besloot mij kandidaat te stellen en mij bewust aan te sluiten bij organisaties die verschil konden maken. Het een leidde tot het ander. Toen El Parador openging, gebruikte ik oude contacten in de Verenigde Staten en nieuwe contacten in Moskou en Costa Rica om het Don Johnson International Fishing Tournament te organiseren. In negentienhonderdvijfennegentig trok dat zeventien beroemdheden uit Hollywood. Het evenement was bedoeld om geld in te zamelen voor een lokaal goed doel. La Nación beschreef het in een artikel met de titel “El Padre de la Creatura”.

Ondanks het financiële verlies hielp het evenement mij bekendheid te krijgen in de Costa Ricaanse toeristische sector en bij invloedrijke mensen in het land. Ik besloot een volgende stap te zetten: ik werd lid van de kamer, daarna vicepresident en uiteindelijk president, een functie die ik zes termijnen vervulde. Mijn programma draaide om veiligheid en toerismepromotie.

Daarna groeide mijn reputatie als iemand die zich bezighield met criminaliteit, veiligheid en maatschappelijk welzijn, en kwam ik in contact met mensen in San José. Via onze commissies voor veiligheid en rechtshandhaving en Sister Cities International begonnen wij corruptie, veiligheid en misdaadpreventie aan te pakken.

Iemand die mensen konden vertrouwen

Later kwamen mensen naar mij toe met gevoelige informatie over criminaliteit en corruptie die zij niet durfden toe te vertrouwen aan lokale functionarissen die zij van corruptie verdachten. Door mijn werk had ik toegang tot ministers en viceministers van Veiligheid, directeuren van de kustwacht, directeuren van politie- en kustwachtopleidingen en contacten bij ambassades en de nationale vergadering.

In de loop der jaren nam dat wantrouwen tegenover Costa Ricaanse functionarissen toe. In Quepos werd ik iemand tot wie mensen zich wendden omdat zij mij en mijn contacten met de Amerikaanse ambassade vertrouwden, vooral nadat ik lid werd van het wardenprogramma van die ambassade.

In die hoedanigheid hoorde ik over meer gevallen van criminaliteit en vermoedelijke corruptie. Onze veiligheidscommissies, de particuliere sector en gemeentelijk politiechef Carlos Vargas pakten zaken aan in het kanton Quepos. Dat leverde bij velen respect op, maar ook, naar mijn overtuiging, de woede en haat van lokale criminelen.

Ik denk dat dit een van de redenen kan zijn voor mijn huidige situatie. Volgens mij is de poging mij met de moord in mijn hotel in verband te brengen een ongefundeerde heksenjacht, en heeft het onderzoek fundamentele regels van behoorlijk onderzoek en fatsoen geschonden.

Vooruitgang en werk dat nog wacht

Gelukkig voor de inwoners van Quepos is er volgens mij veel veranderd en verbeterd onder de besturen van Oscar Monge, Isabel Leon en de toenmalige burgemeester Patricia Bolaños, samen met viceburgemeester Erick Cordero en enkele voormalige en huidige raadsleden en raadsvoorzitters.

Maar nu de kustwachtacademie, die de Fuerza Pública de broodnodige ondersteuning bood, is opgeheven, vrees ik dat zij opnieuw tegen windmolens moeten vechten.