Woensdag 23 september 2026 · Column 2

De arts bezorgt pizza’s terwijl het ziekenhuis personeel zoekt

Read this column in English

Nederland heeft een bijzonder talent ontwikkeld. We kunnen tegelijkertijd klagen dat er te weinig personeel is én voorkomen dat mensen die graag willen werken snel aan de slag gaan.

Dat moet je organisatorisch toch maar voor elkaar krijgen.

In de zorg wachten patiënten steeds langer. Restaurants sluiten een extra dag omdat ze geen personeel kunnen vinden. Bouwprojecten lopen vertraging op, scholen zoeken leraren en technische bedrijven smeken om vakmensen.

Ondertussen zitten ergens in een opvanglocatie misschien een verpleegkundige, een timmerman, een automonteur en een boekhouder te wachten op een gesprek met iemand die hun talenten kan beoordelen.

Dat gesprek komt waarschijnlijk zodra formulier 28B is goedgekeurd, loket 14 weer open is en de verantwoordelijke ambtenaar terug is van een cursus efficiënter vergaderen.

Nederland heeft niet alleen een personeelstekort. We hebben vooral een tekort aan logisch nadenken.

In de eerste helft van 2026 overleden in Nederland opnieuw meer mensen dan er kinderen werden geboren. De bevolking groeide alleen door migratie. Zonder nieuwkomers zou de Nederlandse bevolking dus krimpen.

Dat is geen politieke mening, maar eenvoudige rekenkunde: minder geboorten plus meer sterfgevallen betekent uiteindelijk minder mensen.

Tegelijkertijd stonden er halverwege 2026 ongeveer 375.000 vacatures open. Bijna twee derde van de bedrijven had last van personeelstekorten.

We hebben dus mensen nodig. Veel mensen zelfs.

Maar wanneer die mensen bij ons aankomen, zetten we hen het liefst eerst jarenlang in de wachtstand. Niet werken, niet zelfstandig worden en vooral rustig afwachten totdat verschillende instanties hebben besloten welke instantie eigenlijk verantwoordelijk is.

Daarna zijn we verbaasd dat nieuwkomers moeilijk integreren.

Wie mensen jarenlang behandelt alsof ze niets mogen bijdragen, moet niet vreemd opkijken wanneer zij uiteindelijk moeite hebben om hun plaats in de samenleving te vinden.

De Sociaal-Economische Raad adviseert daarom om arbeid vanaf het begin centraal te stellen. Dat lijkt mij geen revolutionair idee. Het lijkt mij vooral gezond verstand dat verdwaald is geraakt tussen de beleidsnota’s.

Iedere nieuwkomer zou kort na aankomst een uitgebreide talentscan moeten krijgen. Wat heeft iemand geleerd? Welk beroep heeft hij of zij uitgeoefend? Welke diploma’s zijn er? Welke praktische vaardigheden bezit iemand? En welke aanvullende opleiding is nodig om in Nederland aan het werk te kunnen?

Niet iedereen heeft een officieel diploma bij zich. Wie voor oorlog of vervolging vlucht, denkt meestal eerder aan zijn kinderen dan aan de map met gewaarmerkte certificaten op zolder. Daarom moeten we niet alleen naar papieren kijken, maar ook naar aantoonbare kennis en ervaring.

Laat een timmerman een werkstuk maken. Laat een kok koken. Laat een automonteur een motor onderzoeken. En laat een arts of verpleegkundige via een serieus en versneld traject aantonen wat hij of zij kan.

Natuurlijk mogen we kwaliteitseisen niet zomaar loslaten. Niemand wil geopereerd worden door iemand die ooit drie afleveringen van een ziekenhuisserie heeft bekeken.

Maar tussen iemand onmiddellijk zelfstandig laten opereren en iemand jarenlang pizza’s laten bezorgen, ligt een wereld van verstandige mogelijkheden.

Nieuwkomers moeten daarnaast zo snel mogelijk Nederlands leren. Niet pas nadat alle procedures zijn afgerond, maar vanaf de eerste weken. Taalonderwijs en werk hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Overdag werken en daarnaast Nederlands leren kan prima. Miljoenen migranten over de hele wereld hebben op die manier een nieuw bestaan opgebouwd.

Sterker nog: op de werkvloer leer je vaak sneller Nederlands dan in een klaslokaal.

Bij de koffieautomaat leer je binnen een week enkele essentiële Nederlandse uitdrukkingen: “druk, druk, druk”, “dat is niet mijn afdeling” en natuurlijk “daar moeten we nog even een overleg over plannen”.

Werk is bovendien meer dan inkomen. Het geeft structuur, contacten, zelfrespect en zelfstandigheid. Mensen leren collega’s kennen, begrijpen de samenleving sneller en betalen belasting in plaats van volledig afhankelijk te blijven van voorzieningen.

Daar profiteert iedereen van.

Natuurlijk lost arbeidsdeelname niet ieder immigratieprobleem op. Nederland heeft ook woningen, scholen en zorgcapaciteit nodig. Niet iedere nieuwkomer zal direct inzetbaar zijn en niet iedereen krijgt uiteindelijk toestemming om te blijven.

Maar dat is geen reden om honderdduizenden mensen als één probleemgroep te behandelen.

Wie waarschijnlijk in Nederland mag blijven, moet zo snel mogelijk de kans krijgen iets op te bouwen. Nederlands leren, een vak leren of terugkeren naar het beroep dat hij of zij al beheerste.

Nederland kan zich geen immigratiebeleid meer veroorloven waarbij talent jarenlang achter een hek, in een containerwoning of in een administratief dossier blijft zitten.

We hoeven niet te kiezen tussen streng immigratiebeleid en verstandig integratiebeleid. Je kunt duidelijke regels stellen aan toelating en tegelijkertijd van mensen die blijven verwachten dat zij zo snel mogelijk deelnemen aan de samenleving.

Dat is geen links of rechts beleid. Het is logisch beleid.

Een land met te weinig kinderen, steeds meer ouderen en honderdduizenden vacatures moet mensen niet leren wachten, maar leren werken.

Nederlands vanaf de eerste dag. Een talentscan kort na aankomst. Snelle erkenning of aanvulling van vakkennis. En daarna zo snel mogelijk aan de slag.

Dat is modern immigratiebeleid anno 2026.

Want zolang de buitenlandse arts onze pizza bezorgt terwijl wij zes maanden op een afspraak in het ziekenhuis wachten, is niet de immigrant slecht geïntegreerd.

Dan is vooral ons beleid de weg kwijt.

The Doctor Delivers Pizzas While the Hospital Is Looking for Staff

The Netherlands has developed a remarkable talent. We can complain about severe staff shortages while simultaneously preventing people who want to work from getting started quickly.

Organisationally, that is quite an achievement.

Patients are waiting longer for healthcare. Restaurants close an extra day because they cannot find staff. Construction projects are delayed, schools are looking for teachers and technical companies are desperate for skilled workers.

Meanwhile, somewhere in a reception centre, a nurse, carpenter, car mechanic and accountant may be waiting for an interview with someone who can assess their abilities.

That interview will probably take place as soon as form 28B has been approved, desk 14 has reopened and the responsible civil servant has returned from a course on holding more efficient meetings.

The Netherlands does not merely have a staff shortage. Above all, we have a shortage of logical thinking.

During the first half of 2026, more people once again died in the Netherlands than were born. The population grew only because of migration. Without newcomers, the Dutch population would therefore shrink.

That is not a political opinion but simple arithmetic: fewer births plus more deaths eventually means fewer people.

At the same time, approximately 375,000 vacancies were open halfway through 2026. Almost two thirds of businesses were affected by labour shortages.

So we need people. A great many people, in fact.

But when those people arrive, we prefer to place them on hold for several years. They cannot work, cannot become independent and must wait patiently until several authorities have decided which authority is actually responsible.

Then we are surprised that newcomers find it difficult to integrate.

If people are treated for years as though they have nothing to contribute, we should not be surprised when they eventually struggle to find their place in society.

The Social and Economic Council therefore recommends making employment a central objective from the beginning. That does not strike me as revolutionary. It mainly sounds like common sense that has become lost among the policy papers.

Every newcomer should receive a thorough skills assessment shortly after arrival. What has this person learned? Which profession did he or she practise? Which qualifications are available? What practical abilities does the person have? And what additional training is needed before that person can work in the Netherlands?

Not everyone carries an official diploma. People fleeing war or persecution usually think about their children before remembering the folder of certified documents in the attic. We should therefore assess not only papers, but also demonstrable knowledge and experience.

Ask a carpenter to make something. Ask a cook to cook. Ask a mechanic to inspect an engine. And allow a doctor or nurse to demonstrate his or her competence through a serious, accelerated assessment programme.

Of course we cannot simply abandon standards of quality. Nobody wants to be operated on by someone whose medical education consisted of watching three episodes of a hospital drama.

But between allowing someone to operate independently on day one and making that person deliver pizzas for years lies an entire world of sensible possibilities.

Newcomers must also start learning Dutch as soon as possible. Not after every procedure has been completed, but during the first weeks. Language lessons and employment do not have to obstruct each other. Working during the day and learning Dutch alongside it is perfectly possible. Millions of migrants around the world have built new lives in exactly that way.

In fact, people often learn Dutch faster at work than in a classroom.

At the coffee machine, within one week, they will learn several essential Dutch expressions: “busy, busy, busy,” “that is not my department,” and, of course, “we should schedule another meeting about that.”

Work is also about more than income. It provides structure, social contacts, self-respect and independence. People meet colleagues, understand society more quickly and pay taxes instead of remaining entirely dependent on public support.

Everyone benefits from that.

Employment will not solve every immigration problem. The Netherlands also needs housing, schools and healthcare capacity. Not every newcomer will be immediately employable, and not everyone will ultimately receive permission to stay.

But that is no reason to treat hundreds of thousands of individuals as one single problem group.

Anyone likely to remain in the Netherlands should receive the opportunity to build a life as quickly as possible: learn Dutch, acquire a trade or return to the profession he or she already mastered.

The Netherlands can no longer afford an immigration policy that leaves talent sitting for years behind a fence, inside temporary container housing or buried in an administrative file.

We do not have to choose between strict immigration rules and sensible integration. A country can set clear conditions for admission while expecting the people who stay to participate in society as quickly as possible.

That is neither left-wing nor right-wing policy. It is logical policy.

A country with too few children, a growing elderly population and hundreds of thousands of vacancies should not teach people how to wait. It should help them learn how to work.

Dutch lessons from the first day. A skills assessment shortly after arrival. Rapid recognition or supplementation of professional knowledge. And then a route into work as soon as possible.

That is modern immigration policy for 2026.

As long as the foreign doctor is delivering our pizza while we wait six months for a hospital appointment, it is not the immigrant who has failed to integrate.

It is mainly our policy that has lost its way.

Over de columnist

Ad Latjes

Levenslange reiziger, internetpionier, ondernemer en nieuwsgierige waarnemer. Ad kijkt met internationale ervaring, gezond verstand en humor naar het nieuws van vandaag.

Blijf lezen
Regelmatig een nieuwe column

Actuele Nederlandse onderwerpen, telkens bekeken vanuit een persoonlijke en verrassende invalshoek.